Ik haat foodtrends
En toch schrijf ik over kool.
Ik haat food trends, grom ik iedere keer als ik er een artikel over lees of zelf moet schrijven. Begrijp me niet verkeerd: ik verslind die stukken, ik vind het leuk om er onderzoek naar te doen. Niet vanwege het eten, maar omdat die trends iets zeggen over de wereld. Over geopolitiek, over onzekerheid, over nostalgie. Over hoe Azië het oude, zelfvoldane Europa lachend voorbijstreeft. Over de noodzaak minder vlees te eten of over onze wens om te geloven in de verjongende werking van collageen uit botten (looking at you, ossenwit slash tallow slash nieuwe beauty hype). Wie food trends leest, leest de zeitgeist.
Benidorm van Azie
Waar ik jeuk van krijg, zijn mensen die als kip zonder kop van trend naar trend rennen. Van Tulum naar Zuid-Afrika, van Japan naar Thailand, dat zich opnieuw heeft uitgevonden als luxe bestemming en het imago van Benidorm van Azië van zich afschudt, begrijp ik van de Havermelkelite.
Maar ik ben geen haar beter. Ook ik ben niet immuun voor trends. Ze drukken me met de neus op een ongemakkelijke waarheid: ik ben niet origineel en ook ik ben druk met het heiligste westerse project dat er is; zelfverwezenlijking. Fraai is het niet. Wel eerlijk.
Kool = vezels = gut health = bitter = drie keer trendwaarde
En dus schrijf ik over kool, een van de foodtrends van 2026. Kool is cool, wordt er - wéér - gezegd. Elk jaar rond deze tijd wel, want het is immers een wintergroente. Maar nu is kool wel heel erg happening: Pinterest en Tiktok signaleren overweldigende aantallen, restaurants storten zich vol overgave op kolen.
Met kool scoor je extra trendpunten, want het is een van de meest vezelrijke ingrediënten en dit lijkt hét jaar van vezelmaxxen te worden. Proteïnen move over, supermarktschappen schuiven richting vezelrijk, zo hoor ik uit betrouwbare retailhoeken.
Bovendien overlappen vezels met de volgende trend: gut health, oftewel de gezondheid van je darmen. Oké, nog één crosstrend dan: sommige koolsoorten zijn lichtbitter en laat bitter nou dé smaak van 2026 zijn, samen met umami en swicy (sweet and spicy). Maar dat bewaar ik voor een andere nieuwsbrief.
Vezels, gut health, bitter: het zijn allemaal stokpaardjes van me, dus ik glij zowat van mijn zadel van geluk. Deze nieuwsbrief is daarom gewijd aan kool.


Kool and the Indonesische en Italiaanse gang
Ik deel recepten uit mijn boeken én mijn vaste boerenkoolpasta, die in een half uur op tafel staat. Ik maak die pasta iedere keer net weer even anders. Dan weer met palmkool, burrata en misoboter, dan weer met pittige ‘nduja, met ansjovis of met crispy chili olie, het is allemaal even lekker.
Deze pasta is ideaal voor de maandag, als mijn zoon Miro (10) om zes uur naar voetbal moet. Afgelopen maandag kookte ik ‘m zelfs twee keer want na het trainen had hij weer honger. Dankzij de smaakmakers merkt hij nauwelijks hoeveel gepureerde gezonde groenten hij eet, terwijl ik als ouder bijna een orgastische ervaring zit te hebben aan tafel.
De recepten voor pasta met boerenkool en ‘nduja, pasta met palmkool, burrata en gekaramelliseerde misoboter, Indonesische gulai (vergelijk het met een curry) met boerenkool en urap urap met palmkool staan in het betaalde gedeelte van deze nieuwsbrief.








